‘Jeugdbescherming biedt niet altijd gelijke ontwikkelingskansen voor kinderen’

Vijf vragen aan onderzoeker Tessel Sterenborg

Kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel lijken minder gunstige ontwikkelingsuitkomsten te hebben dan kinderen uit de algemene bevolking.
Dat blijkt uit een internationale overzichtsstudie van onderzoeker en promovendus Tessel Sterenborg van Expect Jeugd.
De resultaten roepen vragen op over hoe veiligheid en ontwikkeling zich tot elkaar verhouden binnen de jeugdbescherming.

Waarom deden jullie dit onderzoek?

‘Jeugdbeschermingsmaatregelen worden wereldwijd ingezet op het moment dat de veiligheid van een kind in het geding is, bijvoorbeeld wanneer sprake is van kindermishandeling of verwaarlozing. We weten dat dit soort maatregelen zeer ingrijpend kunnen zijn voor kinderen en ouders. Maar wat leveren deze maatregelen op voor kinderen en gezinnen? Wat vertelt internationaal onderzoek ons over de ontwikkeling van deze kinderen?

Daarom deze overzichtsstudie, waarin resultaten van eerdere studies zijn gecombineerd. Een belangrijk doel was om te onderzoeken hoe het staat met de ontwikkeling van kinderen na een beschermingsmaatregel. Hierbij is het belangrijk te benoemen dat tot nu toe een beperkt aantal studies dit onderzocht heeft en dat maar één Nederlandse studie voldeed aan onze criteria voor het opnemen in de overzichtsstudie. De resultaten laten zich dus niet direct vertalen naar het Nederlandse systeem en moeten voorzichtig gelezen worden, maar geven wel aanleiding om stil te staan bij wat we op basis van bestaand onderzoek wel en niet weten over de rol van jeugdbescherming bij de ontwikkeling van kinderen’.

Wat zijn de belangrijkste uitkomsten?

‘We zien dat kinderen na een maatregel, gemiddeld gezien minder gunstige ontwikkelingsuitkomsten, zoals psychopathologie, lagere schoolprestaties of werkloosheid onder kinderen na een beschermingsmaatregel ten opzichte van kinderen uit de algemene bevolking. Als we kinderen met een beschermingsmaatregel vergelijken met leeftijdsgenoten die ook in moeilijke omstandigheden opgroeien maar geen ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing hebben meegemaakt, dan zien we geen verschil in ontwikkeling.

Dat lijkt misschien alarmerend, alsof beschermingsmaatregelen helemaal geen effect hebben, maar het is belangrijk om deze uitkomst goed te interpreteren. Kinderen in jeugdbescherming hebben vaak al ingrijpende dingen meegemaakt, zoals verwaarlozing of mishandeling. Dat heeft grote impact op hun ontwikkeling en vaak is die schade niet zomaar te herstellen, ook niet met een beschermingsmaatregel. Daarnaast is het belangrijk te benadrukken dat het primaire doel van jeugdbescherming is om acute kindonveiligheid weg te nemen. Daarin kunnen die maatregelen wel degelijk heel succesvol zijn, maar dat hebben we niet kunnen meten in onze studie omdat daar onvoldoende gegevens over beschikbaar zijn.

Een andere mogelijke verklaring is dat de betrokkenheid van jeugdbescherming zélf heel belastend kan zijn voor kinderen en gezinnen. De ongelijke ontwikkeling van kinderen komen dan niet alleen voort uit die problemen waarvoor jeugdbescherming werd ingeschakeld, maar ook door de manier waarop jeugdbescherming functioneert. Ander onderzoek laat zien dat de betrokkenheid van jeugdbescherming vaak als ingrijpend en controlerend wordt ervaren. Daarnaast is er bij gezinnen vaak onzekerheid over het toekomstperspectief en angst voor mogelijke consequenties, zoals uithuisplaatsingen, wat stress met zich meebrengt en zelfs traumatisch kan zijn.

Opvallend vind ik de rol van mentale problemen van ouders bij kinderen in de jeugdbescherming. We zien dat de ontwikkeling van kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel vooral ongunstig is wanneer ouders met mentale problemen kampen. Dit resultaat suggereert dat het belangrijk is om in jeugdbescherming oog te hebben voor deze problemen en om daarvoor passende zorg te bieden aan ouders.’

Jeugdbescherming wordt ingeschakeld als de veiligheid van een kind in het geding is. Wat zegt dit onderzoek daarover?

‘Dat is een belangrijk punt. Deze studie gaat over de ontwikkeling van kinderen na een maatregel van jeugdbescherming en zegt niet iets over het effect van maatregelen op de acute of directe veiligheid van kinderen. Het kan heel goed dat de acute veiligheid van deze kinderen, na inzet van de beschermingsmaatregel, direct verbetert.

Het effect van jeugdbeschermingsmaatregelen is moeilijk te onderzoeken. Wanneer sprake is van onveiligheid kun je niet de ene groep kinderen bescherming bieden en een andere groep niet. Dat betekent dat we nooit kunnen weten hoe het met deze kinderen zou zijn gegaan als er geen bescherming was ingezet. En dan hebben we het nog niet over de vraag: wat verstaan we eigenlijk onder veiligheid? En wanneer is de fysieke, seksuele of emotionele veiligheid dusdanig in het geding dat direct ingrijpen noodzakelijk is? De verschillende vormen van veiligheid zijn brede begrippen en lastig vast te stellen. Jeugdbeschermers hebben hierin een heel moeilijke taak.

De vraag die zich opdringt: Is onze huidige praktijk er wel voldoende op ingericht om zowel veiligheid te bieden als de ontwikkeling van kinderen te bevorderen? Is dat eigenlijk wel haalbaar?’

Wat betekenen deze uitkomsten voor jou als onderzoeker?

Dit onderzoek laat voorzichtig zien dat de ontwikkeling van kinderen na jeugdbescherming gemiddeld gezien achterloopt ten opzichte van kinderen die niet met jeugdbescherming te maken kregen. Daarnaast suggereren onze resultaten dat dit vooral het geval is als de ouders mentale gezondheidsproblemen hadden. Het lijkt daarom verstandig dat mentale problemen van ouders veel meer aandacht krijgen binnen de kinderbescherming.

Nu is het in Nederland zo dat we in een OTS (ondertoezichtstelling) alleen hulpverlening gericht op kinderen kunnen ‘opleggen’, terwijl ook hulpverlening voor ouders met mentale en andere problemen nodig is. En is er dan wel genoeg vroegtijdige en vrijwillige hulp voor gezinnen beschikbaar, zodat escalatie naar het gedwongen kader voorkomen kan worden?

Onze overzichtsstudie vertelt mij vooral hoe weinig we écht weten. Er is veel meer onderzoek nodig, vooral in Nederland. Zelf zou ik graag verder onderzoek doen naar de ervaringen en beleving van kinderen en ouders die een kinderbeschermingsmaatregel hebben ondergaan. Wat zijn de gevolgen geweest voor hun leven? Wat willen zij meegeven aan hulpverleners van nu?’

Wat zou jij willen dat collega’s meenemen uit dit onderzoek?

Ik ben heel benieuwd wat jeugdbeschermers van deze uitkomsten vinden. Het zou mooi zijn wanneer ze met deze kennis met een nog bredere blik naar gezinnen kijken. Maar ik weet ook dat dit in de praktijk niet eenvoudig is. Dat weet ik uit mijn eigen tijd als jeugdbeschermer. Ouders staan lang niet altijd open voor hulpverlening. Ze kampen bijvoorbeeld met trauma, hebben soms al negatieve ervaringen met jeugdzorg achter de rug en houden hulpverleners liever buiten de deur. Dat vraagt heel veel van jeugdbeschermers. Daarom zou ik graag meer onderzoek doen naar de impact van jeugdbeschermingsmaatregelen op gezinnen en vooral daarvan willen leren.’

Reactie uit de praktijk Marthe Everts, Jeugdbeschermer

‘Wat een mooi onderzoek, maar ook wel confronterend. Hier kunnen we vanuit de jeugdbescherming zeker lering uit trekken. Wat me vooral opvalt, is dat Tessel pleit voor meer aandacht binnen de kinderbescherming voor de mentale problemen van ouders. Dit herken ik zeker uit de praktijk. Ouders hebben vaak een eigen verhaal en ervaringen die van invloed zijn op de opvoeding van de kinderen. Of ze zijn door traumatische ervaringen minder emotioneel beschikbaar.

Ik ben me ervan bewust dat ouders soms heel wat meedragen en daardoor met argwaan naar de jeugdzorg kijken. Als jeugdbeschermer is het de kunst om daarachter te kijken. En niet meteen na vijf huisbezoeken concluderen dat ouders te moeilijk zijn. Ik probeer erachter te komen waar die weerstand vandaan komt en ga op zoek naar het echte verhaal van het gezin.

Aan ons ook de taak om aan ouders uit te leggen dat hun jeugdervaringen ook weer invloed kunnen hebben op de opvoeding van de kinderen. Dat roept vaak een hoop weerstand op, soms zetten ouders de hakken meteen in het zand, terwijl ik juist op zoek ben naar die samenwerking met ouders. Het helpt om bijvoorbeeld filmpjes te laten zien over wat trauma betekent en hoe traumatische ervaringen door kunnen werken.’

Werken aan eigen problematiek

‘In de beschikking van de rechtbank staat soms dat ouders moeten werken aan hun eigen problematiek. Lange wachtlijsten of hoge kosten maken dit lastig, met als gevolg dat een kind toch langer in een emotionele onveilige situatie verblijft. Als jeugdbeschermer zijn we voortdurend op zoek naar andere beschermende factoren, zoals bijvoorbeeld de hulp van een steungezin of BSO plus. Ik kijk ook altijd goed naar het netwerk, is er een buurvrouw die meer kan betekenen? Maar we komen ook ouders tegen die, ondanks de aanwijzing van de rechter, niet mee willen werken aan verder diagnostisch onderzoek of behandeling. Dat is ingewikkeld. Als jeugdbeschermer zit je dan toch weer in die bekende spagaat. Maar ik ben ervan overtuigd dat, wanneer je als hulpverlener in het gedwongen kader eerlijk en oprecht nieuwsgierig bent en de tijd neemt, er aanknopingspunten komen om wel te kunnen samenwerken. En dan komt er ruimte om te kijken wat zij zelf nodig hebben in de opvoeding van hun kinderen. Een mooi boek dat ik in dit verband zeker wil aanraden, is Grondhouding van Friso van Doesburg.’

 Meer lezen:

  • Het artikel van Tessel:
    Do we really protect children? Evaluating child protection measures in two meta-analyses – ScienceDirect
  • In het Kennismagazine Jeugd van ZonMw meer over de pilot Gezin in Beeld, waarin professionals breder kijken naar de problemen binnen een gezin en samen met ouders zoeken naar passende hulp: ttps://zonmw.h5mag.com/kennismagazine_jeugd_themanummer2/perspectiefrijk
  • Om gezinnen goed te helpen is betere samenwerking tussen volwassenen-ggz en jeugdhulp nodig, omdat problemen van ouders en kinderen vaak nauw met elkaar samenhangen. Lees meer in dit artikel van ZonMw.

Meer kennisartikelen

Factsheet

Alternatieve oplossingen in plaats van JZ+

Meer informatie
Publicatie

Kijk achter de schermen!

Meer informatie
Praatplaat

LVB & sociale informatieverwerking

Meer informatie