De impact van financiële stress op jongeren met een lvb binnen de jeugdreclassering
Armoede en schulden spelen een grote rol in het leven van jongeren binnen de jeugdreclassering, zeker bij jongeren met een licht verstandelijke beperking. Toch krijgt dit onderwerp nog te weinig structurele aandacht. Terwijl financiële bestaanszekerheid een voorwaarde is voor gedragsverandering, toekomstgericht werken en het voorkomen van terugval.
In het sociaal domein groeit de aandacht voor armoede en schulden. Gemeenten zetten steeds vaker in op vroegsignalering. Er zijn landelijke en lokale campagnes om financiële problemen bespreekbaar te maken en hulpverleners werken meer samen om mensen tijdig te ondersteunen. Deze ontwikkeling is belangrijk, omdat armoede en schulden diep ingrijpen in het dagelijks leven van mensen. Toch is er binnen de jeugdreclassering nog opvallend weinig structurele aandacht voor dit onderwerp. Veel jongeren die onder toezicht staan van de jeugdreclassering hebben te maken met kwetsbare omstandigheden, waarin armoede en schulden een grote rol kunnen spelen. Zeker voor jongeren met een licht verstandelijke beperking is dit een ernstig probleem dat het verloop van hun traject en hun kansen op een toekomst zonder justitie beïnvloedt.
Complexe situaties en lvb
Jongeren die in aanraking komen met justitie hebben meestal een complexe achtergrond. Ze kampen met leerachterstanden, zijn uitgevallen op school, ervaren psychische klachten en/of een zwakke sociaal-emotionele ontwikkeling. Binnen deze groep is het aandeel jongeren met een licht verstandelijke beperking groot. Deze jongeren hebben vaak moeite om overzicht te houden, plannen te maken of zelfstandig keuzes te maken die hun welzijn en veiligheid bevorderen. Wanneer zij opgroeien in armoede, wordt hun situatie nog ingewikkelder. Armoede is geen op zichzelf staand probleem, maar grijpt in op alle leefgebieden. Het beïnvloedt hoe jongeren denken, handelen en omgaan met stress en verantwoordelijkheid.
Bij veel jongeren binnen de jeugdreclassering is sprake van intergenerationele problematiek. Armoede, schulden, mishandeling, verslaving en verwaarlozing lopen als een rode draad door het gezin. In sommige gevallen zijn jongeren opgegroeid in een huishouden waar structureel een tekort aan geld was, in andere gevallen raken gezinnen pas later in financiële problemen, bijvoorbeeld na een scheiding of door het wegvallen van inkomen. Voor jongeren maakt dat in de praktijk weinig verschil. Ze worden geconfronteerd met onzekerheid, schaamte en het ontbreken van basiszekerheid. Vooral jongeren met een licht verstandelijke beperking hebben moeite om grip te krijgen op deze situatie. Hun beperkte cognitieve vermogens maken het lastig om complexe financiële systemen te begrijpen of om op tijd hulp te zoeken, zeker omdat ze dat van huis uit vaak niet hebben meegekregen.
Voor jongeren in armoede zijn geldzorgen een dagelijkse realiteit. De voortdurende stress over geld tast het denkvermogen aan, beperkt de ruimte om te reflecteren en maakt het moeilijker om verstandige keuzes te maken. Jongeren die in zo’n situatie leven, zijn vooral bezig met de korte termijn: hoe betaal ik vandaag mijn eten en hoe vermijd ik een confrontatie met iemand die geld komt opeisen? Lange termijn denken, zoals nadenken over werk, opleiding of gedragsverandering, komt op de achtergrond te staan. Binnen de jeugdreclassering draait het juist vaak om het aanleren van toekomstgericht gedrag, het nemen van verantwoordelijkheid en het doorbreken van patronen. Dat wringt met de realiteit van jongeren die dagelijks moeten overleven.
De invloed van armoede beperkt zich niet tot de portemonnee. Financiële zorgen leiden ook tot slaapproblemen, angst, depressieve gevoelens en zelfs verslavingsgedrag. Jongeren trekken zich terug, vermijden contact met leeftijdsgenoten of hulpverleners, en schamen zich voor hun situatie. Op school laten de gevolgen zich zien in lagere prestaties, concentratieproblemen en verzuim. Thuis zijn de spanningen vaak hoog, zeker wanneer ouders zelf ook kampen met schulden. Voor jongeren met een lvb zijn deze effecten nog sterker. Zij overzien vaak niet waarom bepaalde keuzes negatieve gevolgen hebben, of hoe ze uit hun situatie kunnen komen. Hierdoor is de kans op het herhalen van fouten groot, wat hun situatie verder kan verergeren.
Schuld als risico voor terugval
Ondanks de impact van armoede en schulden op het functioneren van jongeren, krijgt dit onderwerp binnen de jeugdreclassering nog weinig structurele aandacht. Bij veel intakes of begeleidingsplannen komt de financiële situatie nauwelijks aan bod. Vaak gebeurt dat pas als de jongere er zelf over begint. Dit geldt ook als er boetes of een schadevergoeding betaald moeten worden als onderdeel van hun straf. Jongeren, zeker met een lvb, zullen zelden spontaan aangeven dat ze geldproblemen hebben. Schaamte, angst om beoordeeld te worden en het ontbreken van inzicht in de eigen situatie vormen daarbij belangrijke obstakels. Jongeren weten vaak niet wat ze precies verschuldigd zijn, wie ze moeten betalen of hoe ze aan hulp kunnen komen. Rekeningen worden genegeerd, toeslagen verkeerd aangevraagd of niet stopgezet, en veel jongeren openen hun post niet meer. Ze zijn het overzicht kwijt en zien geen uitweg.
De huidige maatschappij vraagt echter juist veel van jongeren. Financiële zelfstandigheid wordt op jonge leeftijd verwacht. Ze moeten leren omgaan met complexe zaken als zorg- en huurtoeslagen, het aanvragen of stopzetten van studiefinanciering, het afsluiten van verzekeringen en het beheren van een eigen administratie. Voor jongeren met een lvb is dit bijzonder lastig, vooral als ze geen steun krijgen uit hun eigen netwerk. De digitale systemen waar ze mee te maken krijgen zijn ingewikkeld, hulp is niet altijd toegankelijk en de risico’s bij fouten zijn groot. Boetes en incassokosten liggen op de loer. Wanneer jongeren in deze situatie onder toezicht staan van de jeugdreclassering, kunnen gedragsdoelen lastig te bereiken zijn als hun basis nog niet goed is geregeld .Binnen de jeugdreclassering ligt de nadruk vaak op het terugdringen van recidive en het ondersteunen bij gedragsverandering. Dit zijn belangrijke doelen, maar ze kunnen niet los worden gezien van de context waarin jongeren leven. Schulden vormen daarbij een belangrijke risicofactor. Jongeren die net hun straf hebben uitgezeten en daarna geconfronteerd worden met torenhoge schulden, een instabiele woonsituatie of een gebrek aan inkomen, ervaren een enorme druk. Zonder begeleiding of netwerk is het risico groot dat ze opnieuw in de problemen komen. In sommige gevallen stappen jongeren opnieuw in het criminele circuit, uit wanhoop of onder druk van anderen.
Er zijn veel voorbeelden van jongeren die vanwege schulden worden benaderd door mensen die hier misbruik van maken. Ze worden onder druk gezet om drugs te vervoeren, zich in te laten met online fraude of crimineel werk te doen om hun schuld af te lossen. Soms zijn jongeren zelf verantwoordelijk voor hun schulden, bijvoorbeeld doordat ze verkeerde keuzes maakten. Maar net zo vaak zijn het situaties waarin jongeren slachtoffer zijn van complexe omstandigheden of fouten van anderen. Tijdens de coronapandemie verloren veel jongeren hun bijbaan, terwijl toeslagen niet tijdig werden aangepast. Ook komt het voor dat jongeren door overbelasting post niet openen, waardoor betalingsachterstanden zich opstapelen. Jongeren met een lvb zijn extra kwetsbaar voor deze situaties, omdat zij vaak onvoldoende snappen hoe systemen werken en niet op tijd hulp inschakelen.
Financiële problemen en vaardigheden bespreekbaar maken
Als jeugdreclasseerders jongeren effectief willen begeleiden, moeten ze oog hebben voor de volledige context. Dat betekent dat ook financiële problemen onderwerp van gesprek moeten zijn. Niet alleen die van de jongere, maar ook van het gezin waarin hij of zij opgroeit. De financiële situatie van ouders speelt vaak een grote rol in hoe jongeren met geld leren omgaan. Het vraagt niet dat professionals financiële experts worden, maar wel dat ze signaleringsvaardig zijn. Door tijdens gesprekken actief te vragen naar geldzaken, het opnemen van financiële doelen in het plan van aanpak, en samenwerking met instanties die zich richten op schuldhulpverlening, kan veel worden bereikt. Gemeenten beschikken vaak over budgetcoaches, jongerenloketten en hulpverleners met expertise op dit gebied. Toch weten veel jongeren de weg hiernaartoe niet te vinden, voor jongeren met een lvb geldt dat in het bijzonder. De ondersteuning vanuit de jeugdreclassering kan hierin het verschil maken. Niet door alles over te nemen, maar door samen de eerste stap te zetten
Een ander belangrijk aspect is het vergroten van financiële basiskennis bij jongeren zelf. Jongeren met een licht verstandelijke beperking missen de vaardigheden die nodig zijn om financiële zaken zelfstandig te regelen. Begrippen als rente, verzekeringsvoorwaarden of automatische incasso zijn moeilijk te begrijpen. Het lezen van brieven van instanties kost veel moeite. Ook digitaal lopen zij tegen grenzen aan. Inloggen op overheidsportalen of het invullen van formulieren lukt niet zonder hulp. Zelfs bellen met de gemeente of de Belastingdienst is lastig, door keuzemenu’s en het duidelijk formuleren van hun hulpvraag. Afspraken bij de gemeente leveren problemen op, want als zij bij het verkeerde loket staan, worden ze weggestuurd. Het gevolg is dat zij fouten maken die te voorkomen waren, maar waarvoor ze wel worden gestraft. Financiële educatie is daarom belangrijk binnen jeugdreclasseringstrajecten. Door jongeren stap voor stap te leren hoe ze overzicht kunnen houden, uitgaven kunnen plannen en hulp kunnen inschakelen, wordt hun zelfstandigheid groter. Dit wordt binnen de jeugdreclassering echter nog niet vaak ingezet, terwijl het juist vaker toegepast zou kunnen worden om terugval te voorkomen.
Op weg naar financiële rust en nieuw perspectief
De inzet op armoedebestrijding en schuldenpreventie vraagt niet alleen iets van individuele professionals, maar ook van de organisatie als geheel. Zolang financiële problemen worden gezien als een ‘maatschappelijk probleem’ waar anderen verantwoordelijk voor zijn, krijgt dit thema binnen de jeugdreclassering onvoldoende aandacht. Om jongeren perspectief te bieden, is het nodig dat dit thema een vaste plek krijgt in beleid, werkwijze en training. Dat betekent dat jeugdreclasseerders moeten worden toegerust met kennis, dat er ruimte is voor samenwerking met het sociaal domein, en dat er wordt geïnvesteerd in preventie. Het herkennen van signalen van financiële stress of beginnende schulden is daarbij van groot belang. Door deze signalen vroegtijdig te zien, kunnen grotere problemen en risico’s worden voorkomen. Gedragsverandering kan pas beklijven als jongeren rust en stabiliteit ervaren. Wie dagelijks bang is voor een ontruiming of energieafsluiting, heeft geen ruimte om te reflecteren, om verantwoordelijkheid te nemen of om te bouwen aan een nieuwe toekomst.
Op beleidsniveau is ruimte voor integrale begeleiding nodig. Jeugdreclassering is vaak ingebed in zorg en veiligheid, maar samenwerking met andere domeinen kan effectiever. De financiering van de jeugdreclassering is nu vooral gekoppeld aan het strafrechtelijk kader, wat flexibiliteit voor samenwerking met andere domeinen beperkt. Voor jongeren met meervoudige problematiek, zoals schulden en een licht verstandelijke beperking, is dit beperkend. Het vraagt om een bestuurlijke visie waarin preventie, sociale steun en ontwikkelingsgericht werken worden gezien als waardevolle onderdelen van het toezicht. Investeren in het bespreekbaar maken van geldzorgen binnen de jeugdreclassering is geen luxe, maar een noodzakelijke stap om jongeren daadwerkelijk vooruit te helpen. Het voorkomt maatschappelijke schade, vergroot het vertrouwen in hulpverlening en maakt de kans op een succesvolle afronding van het traject groter.
Wie jongeren met een licht verstandelijke beperking begeleidt binnen de jeugdreclassering, moet verder kijken dan hun gedrag alleen. Armoede en schulden zijn geen bijzaak, maar vormen een bepalende factor in hoe jongeren zich ontwikkelen. Geld speelt bovendien een grote rol in het ontstaan van crimineel gedrag, het is een van de meest voorkomende criminogene factoren. Dat betekent dat financiële bestaanszekerheid onderdeel moet zijn van elk begeleidingstraject. Jongeren hebben behoefte aan steun, overzicht en praktische hulp. Wanneer deze ondersteuning ontbreekt, vallen ze terug in patronen van overleven en probleemgedrag. Door geldzaken bespreekbaar te maken, samenwerking te zoeken met relevante partners en in te zetten op educatie, krijgen jongeren de kans om hun situatie te verbeteren. Voor jeugdreclasseerders betekent dat een verbreding van hun blik en het verstevigen van hun netwerk. Voor jongeren betekent het een nieuwe kans om uit de schulden te komen en te bouwen aan een leven met meer stabiliteit en vertrouwen.
Auteur Malou Liebregts is adviseur jeugdreclassering bij Expect Jeugd. In haar werk speelt ze actief in op actuele ontwikkelingen en zoekt ze de verdieping binnen maatschappelijke thema’s die ertoe doen. Daarnaast is ze bestuurslid bij Quiet Tilburg, een community die armoede verzacht en mensen versterkt.
© Foto: Beeldvoerders